Welles-nietes? Voorkom te lange discussie die de OR-invloed ondermijnt
Regelmatig komt het volgende voor: is hier nu sprake van adviesrecht of instemmingsrecht OR – of van geen van beide? Terwijl jij en je collega-OR-leden nog in discussie zijn met de bestuurder over de juiste bevoegdheid in de WOR, loopt de besluitvorming ondertussen door. Daardoor vermindert de kans op vroegtijdige betrokkenheid. Want met doorpraten verschuift de aandacht van de inhoud naar de vorm en neemt je wezenlijke invloed af. Kortom: het schiet niet op.
Herken je dat dit geen incident meer is, maar een patroon? Dan is het tijd om grip te krijgen en vasthoudend te worden. In deze blog lees je hoe je dat doet – mét behoud van de relatie.
Het risico van blijven hangen in de vorm
Een verschil van mening over adviesrecht (art. 25 WOR) of instemmingsrecht (art. 27 WOR) is op zichzelf niet vreemd. Wetgeving laat ruimte voor interpretatie. Toch wordt het problematisch wanneer:
- de bestuurder besluitvorming voortzet “onder voorbehoud discussie bevoegdheid OR”
- geen boter bij de vis: wel benieuwd maar liever niet formeel
- de OR steeds moet bewijzen dat er een bevoegdheid is;
- de discussie structureel over de procedure gaat in plaats van over de inhoud.
Daardoor verlies je kostbare tijd. En tijd is in medezeggenschap cruciaal. Vroegtijdige betrokkenheid vergroot de kwaliteit van besluiten én de invloed van de OR.
Bovendien: als een bestuurder er herhaaldelijk voor kiest om bevoegdheden klein te maken of te betwisten, ontstaat er een precedent. Wat vandaag “geen instemmingsplicht” is, kan morgen standaard buiten de OR om worden geregeld. Dat is precies waarom het veiligstellen van je WOR-bevoegdheden zo belangrijk is. Dus het is belangrijk om antwoord te krijgen op de vraag of adviesrecht of instemmingsrecht OR aan de orde is?
Stap 1: Blijf eerst in het informele spoor
Juist bij een verschil van inzicht is het verstandig om eerst het gesprek te zoeken. Als het spannend wordt in de relatie heeft het de voorkeur om kwesties informeel af te handelen. Dat blijft het vertrekpunt. Ga samen om tafel en stel vragen als:
- Wat maakt dat jij dit niet instemmingsplichtig vindt?
- Welke wetsartikelen of jurisprudentie ondersteunen dat?
- Wil je de besluitvorming over dit onderwerp even stil zetten en dat we eerst samen uitzoeken wat de formele bevoegdheid is?
Door expliciet te maken dat het je niet om “gelijk krijgen” gaat, maar om zorgvuldige toepassing van de WOR, houd je het gesprek professioneel.
Tegelijkertijd geldt: informeel mag niet betekenen dat je je rechten prijsgeeft.
Stap 2: Versterk je positie met deskundigheid
Als het gesprek geen helderheid oplevert, overweeg dan om een extern deskundige in te schakelen. Dat is geen escalatie, maar een legitiem recht van de OR (art. 16 WOR). Hier vind je ook een blog over de inhuur van een extern deskundige en hoe je dat zorgvuldig aanpakt.
Een onafhankelijke blik kan helpen om:
- de juridische grondslag scherp te krijgen;
- het patroon bespreekbaar te maken;
- de discussie niet persoonlijk te maken.
Bovendien laat je hiermee zien dat je de kwestie serieus neemt en professioneel benadert.
Stap 3: Doorbreek de impasse met “agree to disagree”
Soms kom je er samen écht niet uit. De bestuurder blijft bij zijn standpunt, en de OR ook. De besluitvorming stokt of dendert juist door. Dan kan een volwassen stap zijn: agree to disagree.
Dat betekent niet dat je het eens bent. Het betekent dat je samen erkent dat jullie er onderling niet uitkomen – en dat je de vraag daarom voorlegt aan een onafhankelijke derde. Is er nu sprake van adviesrecht of instemmingsrecht OR?
Je hebt daarbij twee laagdrempelige opties:
1. De bedrijfscommissie (gratis)
De bedrijfscommissie kan bemiddelen bij geschillen over de toepassing van de WOR. Dit is kosteloos en gericht op herstel van de verhouding. Vaak helpt al het vooruitzicht van een externe blik om partijen serieuzer naar elkaars argumenten te laten kijken.
2. Een MZ-advocaat met bindend advies
Een andere mogelijkheid is samen een medezeggenschapsadvocaat te kiezen waar beide partijen vertrouwen in hebben, met de afspraak dat diens oordeel bindend is. Dat vraagt wederzijds commitment, maar biedt duidelijkheid en snelheid.
Deze aanpak – gezamenlijk een onafhankelijke knoop doorhakken – voorkomt dat de discussie blijft sudderen. In het boek Machtig mooie medezeggenschap wordt een praktijkvoorbeeld beschreven waarin zo’n aanpak een slepende bevoegdheidsdiscussie doorbrak en de samenwerking uiteindelijk versterkte.
Waarom dit werkt
Door te kiezen voor “agree to disagree”:
- verplaats je het conflict van de relatie naar de inhoud;
- voorkom je dat besluitvorming eenzijdig doorgaat;
- voorkom je een formele gang naar de Ondernemingskamer of Kantonrechter;
- laat je zien dat de OR zijn bevoegdheden serieus neemt;
- creëer je duidelijkheid voor de toekomst.
Bovendien voorkom je juridisering achteraf. Want als je te laat bent, resteert soms alleen nog de gang naar de rechter. Dat is zwaarder, kostbaarder en belastender voor de relatie.
Zet de afspraken in een convenant
Het mooie is dat de gevonden oplossing ook in de toekoms handig is. Denk aan de mogelijkheden om dit in een convenant te zetten.
Kortom: herken en benoem het patroon
Het belangrijkste woord in deze blog is misschien wel: patroon. Eén verschil van inzicht is normaal. Maar als discussies over adviesrecht en instemmingsrecht zich opstapelen, dan is het verstandig om dat expliciet te agenderen.
Zeg bijvoorbeeld:
“We merken dat we vaker van mening verschillen over onze bevoegdheden. Dat baart ons zorgen, omdat het onze invloed beperkt. Laten we samen kijken hoe we dit structureel beter kunnen regelen.”
Door het groter te maken dan het individuele dossier, voorkom je dat elke casus opnieuw een welles-nietes-spel wordt.
Vasthoudend én relationeel
Grip krijgen betekent niet dat je moet verharden. Integendeel. Effectieve medezeggenschap vraagt om vasthoudendheid én flexibiliteit. Je mag best duidelijk zijn:
- over je rol;
- over je wettelijke rechten;
- over je behoefte aan tijdige betrokkenheid.
Maar combineer dat met transparantie en bereidheid om samen naar oplossingen te zoeken.
Tot slot: kies voor invloed in plaats van gelijk
De kernvraag is niet: wie heeft er juridisch gelijk? De kernvraag is: hoe borgen we dat de OR tijdig en wezenlijk invloed heeft? Soms bereik je dat via overleg. Soms via deskundigheid. En soms via een gezamenlijke gang naar een onafhankelijke derde.
Wat je in ieder geval niet moet doen, is blijven hangen in een eindeloos welles-nietes-spel terwijl de trein doorrijdt.
Herken je dit patroon in jouw OR? Dan is dit hét moment om het gesprek te voeren – en zo nodig een stap verder te zetten.
